Kunst, betekenis en dankbaarheid
Het kunstwerk dat we goed, mooi, of indrukwekkend vinden, heeft voor ons een bepaalde betekenis. Dit werk valt op tussen onze dagelijkse besognes; we verheugen ons erop om het te gaan zien, horen, beleven; de herinnering aan de keren dat we dit werk ervaren hebben houdt ons op de been wanneer we er met een glimlach aan terugdenken; we vertellen er graag over tijdens familiebezoeken en op de diverse sociale media; en eigenlijk vinden we dat onze vrienden dezelfde werken evenzeer zouden moeten waarderen. Deze betekenis die het werk voor ons heeft, maakt dat we er dankbaar voor zijn en dat we er met respect mee omgaan.

Uiteraard zijn het niet alleen de kunstwerken die ons respect verdienen. Ook ambachtelijke voorwerpen, of voorwerpen met een zekere zweem van authenticiteit, dwingen respect af, zowel voor het voorwerp zelf als voor de maker ervan, die met ambachtelijke handelingen het voorwerp tot stand laat komen. Een fraai gemaakt en beschilderd bord, een goed aangelegde weg, een smaakvol en goed zittend maatpak, een zorgvuldig uitgevoerde pass, een voortreffelijke tompouce, … Allemaal zaken waarvoor we dankbaar zijn en die we met respect bejegenen.

Dandys_1830Kunst en de ambachtsman
Het respect voor de ambachtsman en zijn ambachtelijkheid lijkt samen te hangen met de kennis en de kunde die hij in zijn werk tentoonspreid, en de tijd (en de rust) die hij neemt om het werk tot een goed einde te brengen. Het functionele aspect komt hierbij niet of nauwelijks aan bod: een handbeschilderd theekopje van Chinees porselein functioneert net zo goed als theehouder als een gestanst aardewerken exemplaar van de Ikea, maar het kapotvallen van het eerste zal erger zijn dan van het tweede.

Het is mede om deze reden dat de Grieken de ambachtsman als inherente oorzaak van de totstandkoming van een ding zagen. De echte ambachtsman staat niet los van zijn werk, maar vormt er essentieel één geheel mee. Wanneer een goeie kokkin bezig is met het bereiden van een voortreffelijke maaltijd, heeft zij geen afstandelijke rationele verhouding tot haar werk: zij vormt samen met haar sausen, specerijen en gerechten één sublieme eenheid. Zij gaat op in haar werk en zonder het zelf te beseffen voert zij de juiste handelingen op het juiste tijdstip uit (zie Visser 2014, pp. 70ff.; vgl. ook Sennett 2009).

Deze eenheid tussen ambachtsman en zijn werk kan slechts ontstaan wanneer de materialen die hij gebruikt (in de zin van grondstoffen en gereedschappen) van goede kwaliteit en toegespitst op het werk zijn. Heidegger leerde ons al dat de timmerman en zijn hamer onder normale omstandigheden een eenheid vormen; dit voorbeeld is nog veel verder te voeren. Dankzij zijn jarenlange kennis en werkzaamheid heeft de ambachtsman een intuïtieve kennis van de juiste gereedschappen en de juiste grondstoffen. De wereld krijgt voor hem een bepaalde betekenis omdat hij deze met een specifieke kennis tegemoet treedt – een kennis die fundamenteel belichaamd is en niet of slechts met veel moeite expliciet is te maken; zoals een sommelier die zijn toevlucht moet zoeken in onduidelijke frasen om de smaak van de wijn te duiden. Een situatie die door Tao Ruspoli in zijn documentaire Being in the World duidelijk wordt geïllustreerd en waarvan hieronder een klein fragment te zien is:

De ambachtsman is trots op zijn goeie grondstoffen en behandelt deze daarom ook met respect:

The trees that furnish the material for the wheelwright’s craft are much more than the collection of physical properties that describe them. Like the stones of the cathedral, they are sacred and must be treated with care and reverence. To do otherwise is desecration. (Dreyfus and Kelly 2011, p. 211)

Machinale productie
De tijd, aandacht en liefde die de ambachtsman jegens zijn grondstoffen aan de dag legt, lijken haaks te staan op de hedendaagse wijze van produceren. Een machinale, automatische productie kan alleen bestaan wanneer grondstoffen als niets meer dan dat worden beschouwd. De grondstof moet snel en makkelijk voor de machine beschikbaar worden gesteld, individuele verschillen moeten worden uitgebannen, geminimaliseerd of op zijn minst genegeerd, en de grondstof heeft geen enkele zeggenschap meer over het product waar het uiteindelijk in terecht komt. Waar de ambachtelijke timmerman rekening houdt met de vorm en richting van de nerf van het hout, zijn de gestandaardiseerde meubels van Ikea gemaakt van gelijmd spaanplaat.

Hoewel deze mechanische productiewijze ongetwijfeld zijn voordelen heeft, verandert dit ook onze manier van naar de wereld kijken. Als alles waar we behoefte aan hebben op een eenvoudige manier produceerbaar en verkrijgbaar is, dwingt dit dan nog wel respect af?  Waar moeten we dan nog dankbaar voor zijn? De egalisering en standaardisering die de technologische productie mogelijk maakt, elimineert de noodzaak van kennis van de grondstoffen en daardoor lijkt de wereld betekenisloos te worden:

The nihilism of our secular age leaves us with the awful sense that nothing matters in the world at all. If nothing matters then there is no basis for doing any one thing over any other, and the contemporary burden of choice weighs heavily. The main question for the secular age is how to relieve ourselves of this burden. (Dreyfus and Kelly 2011, p.71)

Dat dit nihilisme kan omslaan in een geperverteerde respectloosheid blijkt bijvoorbeeld uit de manier waarop heden ten dage met voedsel wordt omgegaan. Voordat voedsel machinaal werd geproduceerd, werd de productie, de toebereiding, en de consumptie van voedsel met allerlei rituelen omgeven, waarmee ons respect en onze dank voor deze grondstof werd belichaamd. Tegenwoordig is het al bijna normaal om het eten met een bord op schoot voor de televisie van een bij de snackbar gekochte hamburger als ‘avondmaaltijd’ te betitelen.

Van respect naar respectloos
De overgang van respectvolle naar respectloze omgang met voedsel laat zich fraai illustreren aan de hand van de Noord-Amerikaanse Indianen. Ondanks hun culturele diversiteit deelden alle precolumbiaanse Noord-Amerikaanse volkeren de opvatting dat het jagen en doden van dieren met de juiste ritueel gepaard diende te gaan:

[If] game was killed in the wrong way or without the proper ritual, if the meat was treated disrespectfully, wasted or not shared generously, then the animal masters would become angry and withhold food in the future. (Wilson 1998, p.25)

Wanneer de Indianen in de tweede helft van de negentiende eeuw uiteindelijk onderworpen zijn en gedwongen worden op een Europese manier vee te houden, reageren zij met afgrijzen op de gedachte dat het dier geen enkele kans geboden wordt om aan de slacht te ontkomen, zoals fraai in beeld gebracht in het melodrama Into The West (Dornhelm & Spielberg, 2005):

Het dier, het voedsel, de grondstof wordt niet in zijn eigen waardigheid gelaten, maar puur ondergeschikt gemaakt aan onze wensen en behoeften.

Conclusie
Het respect en de dankbaarheid voor het kunstwerk en voor het ambachtelijke leren ons iets over onszelf en onze plaats in de wereld. Dat de technologische en mechanische productie ons deze manier van betekenis geven ontneemt, vereist een heroriëntatie op ons eigen bestaan. Het nihilisme waar Dreyfus en Kelly over spreken vraagt naar de toekomst van de mensheid – een toekomst die, vrij naar Benjamin en Heidegger, afhangt van de menselijke verhouding tot de techniek.

Verder lezen
Dreyfus, H.L. and S.D.Kelly (2011). All Things Shining: Reading the Western Classics to Find Meaning in a Secular Age. The Free Press.
Sennett (2009), The Craftsman. Pinguin.
Visser, G.T.M. (2014), Heideggers vraag naar de techniek. Een commentaar. Nijmegen: van Tilt.
Wilson, J. (1998), The Earth Shall Weep: A History of Native America. New York, NY: Grove Press.

Zie ook deze blog over de rol van de kunst in de vorming van onze individualiteit, of deze blog over waarde in een technologisch wereldbeeld.