EP40: Göbekli Tepe

1.
Grotschilderingen zoals we die in Lascaux tegenkomen zijn geen ‘kunstwerken’ in de hedendaagse zin van het woord. Zij vormen eerder een medium, een gebruiksvoorwerp om in contact te komen met de geestelijke wereld die zich weliswaar achter de onmiddellijk zintuiglijke ophoudt, maar daar fundamenteel mee verbonden blijft. Het is onwaarschijnlijk dat onze epipaleolithische voorouders zichzelf als anders dan de hem omringende wereld ervaren heeft, dat hij zichzelf buiten (laat staan boven) deze natuurlijke orde zag.

Indicatief in dit verband is dat er in de alle rotsschilderingen van Lascaux slechts één mensfiguur gevonden is, en dat dit tevens de enige afbeelding is waar een duidelijk narratief aan gekoppeld is – een gebeurtenis die ons, zelfs na honderdtwintig eeuwen, herkenbaar voorkomt. De mensfiguur staat hier afgebeeld terwijl hij door een oeros overweldigd wordt.

Cet homme, le seul figuré dans la grotte, est le personnage central d’une scène narrative. On ne connaît que trois autres scènes vraiment comparables dans tout l’art paléolithique […]. La présence d’un animal blessé et offrant, d’un oiseau et deus possibles armes de chasse, ajoute encore à l’étrangeté de ce décor du fond du Puits. (Delluc 2008, 180f).

De enige afbeelding van een mens in de grotten van Lascaux
De enige afbeelding van een mens in de grotten van Lascaux.

Wanneer we in deze afbeelding een vroege vorm van mens-tegenover-natuur zien, suggereert dit wellicht dat de andere afbeeldingen dat juist niet zijn. Zij verbeelden de fundamentele eenheid en reciprociteit die de vroege mens met zijn omgeving ervaarde. Zijn leven speelde zich af in en met de wereld om hem heen; zijn metafysica was waarschijnlijk eerder horizontaal dan verticaal (Peters & Schmidt 2015, 210).

2.
Voor de Luikse prehistoricus Marcel Otte is het de miniaturisering van de stenen werktuigen geweest die een verandering in onze metafysische verhouding tot de natuur teweeg heeft gebracht. Die miniaturisering maakte van relatief grote vuistbijlen die in de hand genomen moesten worden kleine speerpunten die aan houten takken verbonden konden worden en daarmee de scherpe punt van speer vormden. Verkleining van deze speer en gebruik van een boog in plaats van alleen spierkracht om hem weg te werpen, stelde de mens in staat de beperkingen van zijn eigen lichamelijkheid te overstijgen en zijn prooi op grotere afstand en met grotere trefzekerheid te doden. Van alle dieren is het alleen de mens die over dergelijke capaciteiten beschikt. De pijl en boog, zo zegt hij,

corresponded to an entirely new metaphysical relationship to nature. [The] bow overcame the constraints of speed, distance, and precision. Humans who mastered this technique came close to being natural gods by borrowing part of nature’s power. (Otte 2009, 541; emphasis added)

Deze verandering in metafysische verhouding tot de natuur vinden we ook terug in Göbekli Tepe in Zuid Turkije, vijftien kilometer ten noord-oosten van de Turkse stad Şanlıurfa en een kleine zestig kilometer van de grens met het zo geplaagde Syrië: een archeologische site die sinds 1995 door een samenwerking van het Deutsches Archäologisches Institut en het Şanlıurfa Müzesi onder leiding van de inmiddels overleden Klaus Schmidt is opgegraven.

Locatie van Göbekli Tepe.
Locatie van Göbekli Tepe.

Göbekli Tepe is zo’n tienduizend jaar voor Christus gebouwd, min of meer dezelfde periode waarin de pijl en boog tot ontwikkeling kwam – een periode waarin mensen overal nog een zwervend bestaan als jager-verzamelaar leefden, behalve hier in de vruchtbare sikkel. Hier begonnen mensen in permanente nederzettingen te leven en voorzichtig met landbouw en veeteelt te experimenteren. Maar Göbekli Tepe is geen nederzetting: er zijn geen woningen gevonden en verder ontbreekt ook elk spoor van bewoning (Schmidt 2010, 240).

Het meest karakteriserende aan deze site zijn de vele T-vormige monolithische pilaren die elk een paar ton wegen. Deze pilaren zijn dusdanig gepositioneerd dat ze een cirkelvormige ruimte vormen; in het midden hiervan zijn nog eens twee grotere pilaren neergezet (schmidt 1995). De pilaren zijn antropomorf: ze hebben duidelijke armen en handen. Maar ze zijn behoorlijk minimalistisch en abstract, terwijl andere beelden en reliëfs uit dezelfde tijd aantonen dat de makers goed in staat waren naturalistisch werk te maken: de abstractie van de pilaren moet wel intentioneel geweest zijn (Schmidt 2010, 244). Verder zijn de pilaren versierd met allerlei dierenreliëfs:

Eén van de T-vormige pilaren met een uitgebreid reliëf.
Eén van de T-vormige pilaren met een uitgebreid reliëf.

The animal reliefs are quite naturalistic and correspond to the fauna of the period. However, the animals depicted need not necessarily have played a special role in peoples’ everyday lives – as game, for example. They were rather part of a mythological world which we have already encountered in cave painting. The important thing is that fabulous or mythical creatures, such as centaurs or the sphinx, winged bulls or horses, do not yet occur in the iconography and therefore in the mythology of prehistoric times. (op.cit., 246; emphasis added)

Net als in de grotschilderingen zien we hier een naturalistische weergave van de directe omgeving van de makers. Het opvallende verschil is echter dat de schilderingen in Lascaux (met één enkele uitzondering) alleen maar directe fauna betreft, terwijl in Göbekli Tepe deze fauna gecentreerd is rondom abstracte imposante T-vormige antropomorfe pilaren. Is het ondenkbaar dat deze pilaren representanten zijn van machten die groter zijn dan de onmiddellijke geestelijke wereld van het direct aanwezige, die zich op een ander vlak bevonden dan het zichtbare en waarneembare – een vlak dat in Lascaux ontbreekt?

The question of who is being represented by the highly stylized T-shaped pillars remains open, as we can not say with certitude if concepts of god existed at this time. So the general function of the enclosures remains mysterious; but it is clear that the pillar statues in the centre of these enclosures represented very powerful beings. (op.cit., 254)

Indicatief voor deze gedachte is dat de grotten van Lascaux niet door mensen zijn gemaakt en dat de schilderingen die we daar aantreffen dikwijls gebruik maken van de geologische gesteldheid van de grot (Leroi-Gourham 1982, 37). Göbekli Tepe daarentegen bestaat louter bij gratie van menselijke inspanningen: mensen hebben grote stukken hardsteen van ver weg naar deze centrale plaats vervoerd, de aanblik van zowel de stenen als deze plaats significant veranderd, en tenslotte voorzien van allerlei reliëfs en versieringen. Lascaux was een plek die door mensen is uitgekozen; Göbekli Tepe is een plaats die door mensen is gemaakt. De schilders in de grotten waren voor wat hun hele bestaan betreft metafysisch gebonden aan het vlak waarin zij zelf opereerden: zij vormden een eenheid met hun omgeving. De beeldhouwers van de T-vormige pilaren begonnen een waarheid te erkennen die zich op een ander vlak bevond. Zij zagen zich losgeweekt van de onmiddellijke gegevenheid van het fysieke domein en lieten zich niet beperken door de toevalligheid van de grotten; zij bepaalden zelf de plaats om via hun kunst-uitingen contact te zoeken met die andere machten. Hun metafysica begon zich verticaal te ontwikkelen.

Cirkelvormen gevormd door de T-vormige pilaren.
Cirkelvormen gevormd door de T-vormige pilaren.

3.
De overgang van het paleolithicum naar het mesolithicum wordt gekenmerkt door de overgang van jagen-verzamelen naar landbouw en veeteelt. Hierdoor verandert de verhouding met het land en de onmiddellijke omgeving (Otte 2009, 543). Jagers-verzamelaars zwerven in kleine groepen over grote gebieden, landbouwers blijven op dezelfde plek om het land te verbouwen en het vee te hoeden. Hun kinderen groeien hier op en hun doden worden hier begraven; het land en het vee wordt eigendom van iemand (of van een gemeenschap) die het verzorgt en gebruikt en daardoor hier een verbinding mee aangaat. Landbouwers en veetelers beslissen over leven en dood van hun vee, over de locatie van hun land en over de vruchten van hun akkers. Daarmee stellen ze zichzelf tegenover hun omgeving: zij hebben de macht.

Göbekli Tepe is door mensen gemaakt. Een religieus centrum waar mensen uit de omgeving naartoe komen om op rituele wijze hun gemeenschappelijkheid te bestendigen en te vieren en hogere (?) machten om bijstand te vragen (Schmidt 2010, 254; Dietrich et al. 2012; Alcorta & Sosis 2004). Een plek waar het goddelijke zich voor het eerst uit de natuur begint terug te trekken en de vorm begint aan te nemen van door mensen gefabriceerde objecten en beelden. Een heideggeriaanse plaats waar de verticale metafysica haar eerste materiële weerslag vindt.

Literatuur

  • Alcorta, C.S. & R. Sosis, 2005, “Ritual, Emotion, and Sacred Symbol. The Evolution of Religion as an Adaptive Complex.” Human Nature, Winter 2005, pp.323–359.
  • Delluc, B., 2008, Dictionnaire de Lascaux. Éditions Sud Ouest.
  • Dietrich, O., M.Heun, J.Nortroff, K. Schmidt & M.Zarnkof, 2012, “The role of cult and feasting in the emergence of Neolithic communities. New evidence from Göbekli Tepe, south- eastern Turkey.” Antiquity 86/333: pp674–695. Available from Cambridge.
  • Leroi-Gourham, A., 1982, The Dawn of European Art. An Introduction to Palaeolithic Cave Painting. Cambridge UP.
  • Otte, M., 2009, “The Paleolithic-Mesolithic Transition”. In: M. Camps, P. Chauhan (eds.), Sourcebook of Paleolithic Transitions, Springer, pp.538–553.
  • Peters, J. & K. Schmidt, 2015, “Animals in the Symbolic World of Pre-Pottery Neolithic Göbekli Tepe, South-eastern Turkey: A Preliminary Assessment.” Anthropozoologica. Available from ResearchGate.
  • Schmidt, K., 2010, “Göbekli Tepe – the Stone Age Sanctuaries. New results of ongoing excavations with a special focus on sculptures and high reliefs.” Documenta Praehistorica XXXVII, pp.239–256.
  • Schmidt K., 1995, “Investigations in the Upper Mesopotamian Early Neolithic: Göbekli Tepe and Gürcütepe. NeoLithics.” A Newsletter of Southwest Asian Lithics Research 2/95: 9–10.

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *